Onthoud mij    - paswoord kwijt? - gratis registreren
Begrippen
  Uitleg extreemweer begrippen  
Convergentielijn Core-punch Downburst Extreem weer Gustfront Hagel Mammatus MCS, MCV en MCC
Onweer Rolwolk Shelfcloud en arcus Squalline Supercel Tornado & windhoos Wallcloud Windstoten
Wolkbreuk
Convergentielijn

Een convergentielijn is een gebied waar tegengestelde winden elkaar tegenkomen. Een convergentielijn ontstaat vaak in de lente en de zomer voor een koufront uit. Door de tegengestelde winden zal er in de middelbare luchtlaag op 5 tot 10 kilometer stijgende luchtbewegingen ontstaan. De (onweers)buien die hier ontstaan rangschikken zich in een lijn.

Als een convegentielijn uitgroeit tot een (flinke) onweerslijn passeert het koufront dat later overtrekt vaak geruisloos.

 

Afbeelding rechts: de rode plekken is een convergentielijn. Je ziet duidelijk dat dit het gebied is waar tegengestelde winden elkaar tegen komen en dat opstijgende luchten daardoor geforceerd worden. (kaartje: bron weer.nl)

 

 

Core-punch
Een core-punch maak je als je door het gevaarlijkste en actiefste gedeelte van een (supercel) bui rijdt. Core-punches zijn gevaarlijk door de hevige regen en windstoten, onweer en (grote) hagel. Door de wind waaien bomen om, of breken flinke takken af. De hevige regen verminderd drastisch het zicht. Geen ideale omstandigheden dus om op de weg te zijn.
Core-punches worden door ervaren chasers dan ook afgeraden.
 
Toelichting op de foto rechts
De omstandigheden tijdens een core-punch op 21 juli 2009. Op die dag ontstonden er in het zuidoosten van land enkele supercellen. Ik reed evenwijdig aan de kern van de supercel tot de weg waar ik op reed mij dwong om recht op de kern af te rijden. Ik kon nog net op tijd ergens afbuigen om mijn auto te stoppen. Ik stond ergens op een industrieterrein in Blerick.
 
Deze core-punch zat niet in de planning, het liefst blijf ik een kilometer of 10 ten zuiden van de kern vandaan, maar vandaag verliep het dus anders. Door de core-punch kwam ik terecht in een gebied met zware windstoten, zeer hevige neerslag en hagel zo groot als knikkers.
Ik ben blij dat ik op tijd ben kunnen stoppen, want je wilt onder die omstandigheden echt niet op de weg rijden.
 

Tijdens een core-punch kwam ik in een Downburst te zitten, op de supercellen dag 21 juli 2009. Foto: F. Schmets
Downburst

Een downburst is een sterke neerwaartse stroming onder een zware bui. De dalende lucht zal horizontaal moeten uitwijken zodra deze het aardoppervlak raakt. Aan de grond uit zich dit in zware tot zeer zware windstoten. Een downburst vormt zich als hagelstenen of grote regendruppels (intensieve neerslag) in droge lucht vallen. Hierdoor koelt de lucht af en krijgt daarom een grotere dichtheid. Door de grotere dichtheid zakt de "bel" koele lucht met een grote snelheid naar het aardoppervlak. De downburst is ontstaan. Een downburst kan zich gedurende een lange tijd handhaven, zolang de zware (onweers)bui voldoende voeding heeft om door te groeien.  

Extreem weer TOP
Onder 'extreem weer' verstaan wij alle meteorologische verschijnselen die voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk hevig zijn. In de praktijk betekent dit vooral zware onweersbuien met alle bijbehorende verschijnselen.
Dat is dan ook waar extreemweer.nl zich voornamelijk op richt.

Een erg hoge bliksem activiteit is een vorm van 'extreem weer'.
Foto: F. Schmets
Gustfront

Een gustfront oftwel een windstotenfront kan ontstaan bij hevige neerslag in een onweersbui of onweerslijn. Met deze neerslag komt ook een heleboel koude lucht mee naar beneden. Deze luchtstroom kan behoorlijke snelheden bereiken. Eenmaal op het aardoppervlakte aangekomen kan deze luchtstroom zich alleen maar horizontaal voortzetten. Wanneer dit voor een langere tijd voortduurt, zal dit gebied van uitstromende koude lucht zich steeds verder voor de bui uitstrekken. Soms wel tot 20 km voor een (goed georganiseerde) onweersbui.

Dit gustfront gaat meestal gepaard met (zware) windstoten en kan weer een trigger zijn voor een nieuwe onweersbui(enlijn).


  Bron Encyclopaedia Britannica.
Hagel
Hagel is een vorm van neerslag die uit gelaagde ijsdeeltjes bestaat. Hagel komt voor bij (onweers)buien, waarbij er sprake is van (sterke) stijgstromen.
Hagel ontstaat wanneer kleine ijs- en sneeuwkristallen terechtkomen in luchtlagen met grote onderkoelde waterdruppels. Het bovenste deel van een buienwolk, waar het meer dan 20 °C vriest, bevat ijskristallen, terwijl het onderste deel, met temperaturen tussen -10 en -20 °C, onderkoelde druppels bevat. Dalende en stijgende luchtbewegingen in de wolk jagen ijsdeeltjes door niveaus met veel onderkoeld water. Zo komen ze in botsing met andere onderkoelde druppels en ijs. De onderkoelde druppels zetten zich af op de ijskristallen. Zo groeit de hagel tot deze te zwaar is om door de stijgstroom overnieuw te worden meegenomen. De hagel valt naar beneden.

Hagelstenen bestaan vaak uit laagjes die afwisselend mat en helder zijn. In het matte deel zijn op grote, koude hoogten de botsende deeltjes of druppels onmiddellijk vastgevroren. In het heldere deel is vloeibaar water op lagere warmere hoogte ingevangen dat pas later op koudere hoogte bevroren is.

In Nederland valt zelden hagel groter dan een diameter van 2 centimeter of meer. Dit komt slechts enkele malen per jaar in Nederland voor, en dan altijd in de lente of zomer. De laatste melding van zeer grote hagel in Nederland dateert van 25 mei 2009 en 22 juni 2008. Op die laatste dag viel er hagel met een doorsnede van 7 cm in de buurt van Arnhem.
Als je een liefhebber van hagel bent, zou je eens naar Kericho (Kenia) moeten gaan. Daar valt 132 dagen hagel per jaar. De grootste hagelsteen (voor zover bekend) ooit viel op 22 juni 2003 in het dorpje Aurora in de Amerikaanse staat Nebraska met een doorsnede van 17,8 centimeter en een omtrek van 47,6 centimeter.

Hagel groter dan 2 cm is in Nederland zeldzaam.
 
Mammatus TOP

Mammatus is de benaming voor bolvormige, naar beneden gerichte uitzakkingen van een wolk. De naam komt van het Latijnse 'mamma', wat 'borst' beteken, gezien de gelijkenis met de borsten van een vrouw.

Mammatus is geregeld te zien in het aambeeld aan de achterzijde van een onweersbui. Soms komen ze ook voor in combinatie met andere niet-buiïge wolkensoorten.
De mammatusbollen worden veroorzaakt door dalende kolommen lucht.

Mammatus boven Helden, 20 mei 2005. Foto: F. Schmets

MCS, MCV en MCC
Een mesoscale convectief systeem (MCS) is een georganiseerd complex van onweersbuien. De levenduur van een MCS is enkele uren tot wel 12 uur. Een MCS ontwikkeld zich meestal tijdens de late namiddag en avond uren en in het algemeen binnen het warme seizoen tussen de lente en de herfst.

Een mesoscale convectief vortex (MCV) is een low-pressure centrum binnen een mesoscale convectief systeem (MCS) dat de winden in een indraaiïend patroon trekt, een vortex. Met een kern van 50 tot 100 km breed en een hoogte van 2 tot 5 kilometer diep, wordt een MCV vaak over het hoofd gezien in de standaard weer-analyse. Een MCV kan op eigen kracht gedurende maximaal 12 uur overleven, terwijl het (hoofd) MCS al uitgedoofd is. Deze MCV kan later weer de bron zijn voor de uitbraak van nieuwe onweersbuien.

Een mesoscale convectief complex (MCC) is een uniek soort van mesoscale convectief systemen dat kan worden herkend door kenmerken waargenomen in infrarood satellietbeelden. De voorwaarde voor een MCC is de volgende: in het gebied van een MCS is het gebied van koude wolkentoppen groter dan 100.000 vierkante kilometer waarbij de temperatuur minder of gelijk is aan -32 ° C én waarbij de temperatuur van de wolken over een gebied van meer dan 50.000 vierkante kilometer minder dan of gelijk is aan -52 ° C. Aan deze condities moet gedurende zes uur of meer worden voldaan voordat het een MCC is.
Ze hebben dus een lange levensduur en bevatten vaak zware regenval, wind, hagel, onweer en mogelijk tornado's. Een MCC ziet er op een satellietbeeld uit als een een grote ronde of ovale vorm van wolken.

  Een MCS gaat gepaard met veel bliksemontaldingen. Foto: C. Donkersloot
 
Onweer
Inleiding
Een elektrische ontlading tussen wolken, of tussen wolken en het aardoppervlak, wordt onweer genoemd. Bliksem verwijst daarbij naar de lichtflits die we zien, donder naar het geluid dat daar op volgt.
Onweer is in feite een elektrische vonk, zoals van een gasfornuisaansteker, maar dan veel groter en krachtiger.
 
 
Elektrische ontlading
Tijdens zo'n elektrische ontlading wordt in heel korte tijd veel elektrische energie door de atmosfeer verplaatst. De luchtdeeltjes die zich in het pad van de bliksem bevinden, raken dan in een speciale toestand waardoor ze licht uitzenden, zoals dat ook in een spaarlamp of TL-buis gebeurt. De hoeveelheid energie is bij bliksem echter veel groter, zoveel zelfs dat de lucht erg heet wordt en daardoor uitzet. Dit uitzetten gebeurt ook razendsnel, zoals bij een ontploffing. Zodra die luchtdrukgolf ons bereikt, horen we dat als de donder.
Een ontlading in de atmosfeer verloopt nooit kaarsrecht, maar altijd grillig. Bliksem kronkelt allerlei kanten op, vaak ook vertakt. Het geluid dat we van één ontlading horen, komt dan ook niet gelijkmatig tot ons, maar als gerommel.

Afstand tot waarnemer
Omdat de geluidssnelheid ongeveer 300 meter per seconde bedraagt, kun je uitrekenen hoe ver een ontlading van je vandaan is. Normaal gesproken is onweer dat verder weg is dan 25km niet meer hoorbaar. Onder gunstige atmosferische omstandigheden kan het bliksemkanaal echter nog tot zo'n 200km worden gezien.  Weerlicht is zelfs nog wat verder zichtbaar. Weerlicht is de verlichting van wolken door bliksem, zonder dat het bliksemkanaal zelf te zien is.
 
Statische elektriciteit
Al weet iedereen wat onweer is, wetenschappers hebben nog geen uitsluitsel over de exacte oorzaak. Wat waarschijnlijk wel een rol speelt is de opbouw van statische elektriciteit door wrijving van ijsdeeltjes. Hoger in de wolken ligt de temperatuur onder nul, waardoor dat deel van de wolken bevroren is. Snelle stijging en daling van luchtmassa's met ijsdeeltjes zoals dat in een onweersbui het geval is, leiden tot wrijving en daardoor tot opbouw van elektrische lading. Deze zal op een gegeven moment ontladen moeten worden.
Ken je het effect dat wanneer je met een nylon trui op een plastic stoel beweegt, je dan elektrisch geladen wordt? Als je dan de verwarmingsbuis aanraakt, kan er bij je vinger een vonkje optreden. Iets vergelijkbaars gebeurt er bij onweer, maar dan op veel grotere schaal.

Onweerscellen
De stijg- en daalstromen die tot onweer leiden, zijn georganiseerd als cellen. De levensduur van zo'n cel is gewoonlijk niet meer dan 20 minuten. Binnen een onweerscomplex zijn vaak meerdere cellen actief, die komen en gaan. De snelheid van de stijg- en daalstromen heeft veel invloed op de intensiteit van het onweer, maar daarnaast zijn er andere factoren die bepalen hoe groot de bliksemfrequentie is, of er veel inslagen op het aardoppervlak zijn, of juist veel hoogteonweer. Ontladingen tussen wolken onderling wordt aangeduid als CC  (cloud-cloud), die tussen wolk en aardoppervlak als CG  (cloud-ground).

Soorten onweersbuien
Onweersbuien kunnen zich in verschillende vormen voordoen:
 
  • de losse onweerscel, die soms heel fotogeniek kan zijn, maar binnen 20 minuten weer uitgestorven is
  • geclusterde buien, waarbij het een komen en gaan is van meerdere, aan elkaar geklonterde cellen
  • de squall line, een zeer strakke lijn georganiseerde onweerscellen met vaak intense randverschijnselen
  • de supercell, een losse, maar ook de meest krachtige vorm van onweer, die ondermeer bekend staat als veroorzaker van tornado's
  • het MCS, MCC en MVC, speciale soorten grote complexen van onweercellen
  • onweer op frontsystemen. Vooral het koufront of occusiefront zijn goede onweers triggers
  • orografisch onweer. Onweer dat ontstaat omdat lucht gedwongen wordt te stijgen in verband met heuvels en bergen





  Onweer op 26 mei 2009 te Elst. Foto: F. Schmets


  Onweer op 30 april 2010 te Nijmegen. Foto: F. Schmets
Rolwolk TOP
Een rolwolk is een horizontale cilindervormige wolk aan de voorzijde van een flinke onweersbui. De rolwolk ontstaat wanneer koudere lucht die met de onweersbui meekomt vanaf enige hoogte, in aanraking komt met veel warmere lucht aan het aardoppervlak. De koude lucht drukt dan de warme vochtige lucht omhoog en vooruit, waardoor de opgetilde vochtige lucht condenseert en er een wolk ontstaat.
Een rolwolk draait heel langzaam om zijn eigen denkbeeldige horizontale as. Rolwolken zijn vaak een teken dat er hevige neerslag aan zit te komen.

Rolwolken komen niet zo vaak voor in Nederland. Vaak worden ze verward met de shelfcloud. Ze verschillen van de shelfcloud omdat rolwolken helemaal los staan van de basis van de onweersbui en voorruit tollen. Een shelcloud zit aan de eigenlijke Cumulonimbus vastgesmolten en heeft 1 of meerdere lagen.

  Rolwolk te Nijmegen, 19 juni 2006. Foto: F. Schmets

 

Shelfcloud en arcus
Een shelf cloud is een wolk die soms voorafgaat aan zware onweersbuien. Een shelfcloud ontstaat wanneer koudere lucht die met de onweersbui meekomt vanaf enige hoogte, in aanraking komt met veel warmere lucht aan het aardoppervlak. De koude lucht drukt dan de warme vochtige lucht omhoog, waardoor de vochtige lucht condenseert. Wanneer dit proces enige tijd duurt kunnen er zich verschillende platte lagen in lucht vormen. Meestal zit er aan de onderkant ook een rafelige rand aan de shelfcloud vast, waardoor deze zijn karakeristiek uiterlijk krijgt. In deze rafelige rand zijn vaak roterende en 'kolkende' delen waarneembaar.

Shelf clouds ontstaan bij snel verplaatsende en zware onweersbuien waarbij de warme lucht aan de voorkant van het torenhoge wolkcomplex sterk stijgt terwijl op meer dan 10 kilometer hoogte in de buienwolk die er achter zit, koude luchtmassa's omlaag storten. Een shelf cloud wordt vergezeld door enorme en plotselinge windstoten van soms 100 tot 150 kilometer per uur.

Een shelf cloud verschilt van een rolwolk omdat een rolwolk helemaal los staat van de basis van de onweersbui of van andere wolken. Een shelfcloud wordt ook nog wel eens verward met arcus, maar arcus is niet gelaagd en lang niet zo sterk ontwikkeld als een shelfcloud.

  Shelfcloud op 26-07-2008. Foto: F. Schmets

Squalline
Een squalline is een langgerekte lijn van zware onweersbuien en hevige windstoten die voor of op een koufront kan ontstaan. Tijdens de passage van een squalline neemt de wind fors toe gevolgd door hagel, hoge bliksem frequente en eventueel tornado's of windhozen. Het meest extreme weer in de squalline is daar waar de lijn een boog vertoont, een bow echo. Tornado's kunnen onstaan op de golven binnen de squalline. Squallines staan bekend om hun enorme treksnelheid.
Supercel TOP
Een supercel is de koning van de Cumulonimbus wolken. Een supercel wordt gekenmerkt doordat de stijg- en daalstromen gescheiden blijven, waardoor de supercel een lange levensduur kan hebben. De supercel maakt hierdoor zeer effectief gebruik van de energievoorziening in zijn omgeving. Tevens is een sterke windschering noodzakelijk om de onweersbui te laten roteren, een 2e kenmerk van een supercel. Windschering is wanneer de windsnelheid en -richting in de verschillene niveaus van de atmosfeer onderling sterk afwijken van elkaar.
 
Door de windschering ontstaat een horizontale draaiing of vorticteit die door de stijgstroom verticaal wordt getild, een zogenaamde mesocycloon. Hierbij draaien de warme stijgstroom en de koude daalstroom tegen elkaar in. Doordat ze gescheiden zijn, worden de warme stijgwinden die de bui in stand houden niet onderdrukt door de koude daalwinden. Hierdoor kan de bui uren blijven bestaan.

Een supercel gaat vaak gepaard met zware neerslag, windstoten, grote hagel en veel bliksem. Doordat de neerslag meerdere keren in de stijgstroom mee wordt genomen, kan deze tot (grote) hagel uitgroeien. De supercel bui is bij uitstek de onweersbui die 1 of meerdere tornado's kan vormen.

Doorsnede van een supercel. Bron www.nssl.noaa.gov
Tornado & windhoos
Een tornado is een draaiende kolom lucht die met zeer grote windsnelheden tot enkele honderden kilometers per uur voorbeweegt. Een tornado kan een diameter van enkele tientallen meters tot een paar kilometer hebben. Een tornado wordt meestal pas zichtbaar wanneer waterdamp condenseert in de draaiende kolom lucht. Of doordat materiaal van het aardoppervlak wordt opgetild.

Een tornado kan alleen bij supercel buien ontstaan, onder de sterke, roterende, opwaartse luchtstroom van de supercel. Daarnaast kunnen ook tornado's voorkomen die niet met een rotatie van de gehele bui samenhangen, of bij buienwolken die niet in hun geheel roteren. In het laatste geval zijn ze vaak niet zo krachtig en worden ze vaak windhoos genoemd. Boven water kan de draaiende kolom lucht zich vormen tot een waterhoos.

De krachtigste tornado's komen dus voor bij supercel buien. Deze buien bezitten een roterende stijgstroom en vormen zich meestal wanneer de wind in de atmosfeer sterk toeneemt met de hoogte. Voorwaarde voor het ontstaan van deze - en andere felle onweersbuien - is dat de temperatuur sterk afneemt met de hoogte, terwijl er bij het aardoppervlak vochtige lucht aanwezig is; lucht die veel waterdamp bevat. Wanneer de waterdamp in de stijgstroom van de bui condenseert tot waterdruppels, komt warmte vrij die ervoor zorgt dat de stijgstroom warmer blijft dan zijn omgeving en daardoor in stand blijft. Warme lucht zet uit en stijgt op door de opwaartse kracht.

De rotatie rond een verticale as in een supercel ontstaat door het kantelen van de rotatie (of preciezer: vorticiteit) rond een horizontale as, die aanwezig is in een stroming waarin de wind met de hoogte verandert. Dit verklaart waarom voor de sterkste tornado's die met supercellen samenhangen, steeds een sterke windveranding met de hoogte aanwezig is.

Tornado's komen relatief vaak in het centrale deel van Verenigde Staten voor, gemiddeld zo'n duizend per jaar. De meeste zijn niet sterk, maar sommige wel. Het gebied dat wel Tornado Alley genoemd wordt, van midden-Texas tot het oosten van Nebraska en Iowa heeft er het meeste mee te maken, voornamelijk in de maanden april, mei en juni. Vochtige warme lucht stroomt vanuit de Golf van Mexico noordwaarts en schuift over Tornado Alley onder een luchtlaag afkomstig uit Mexico en de Rocky Mountains, waarin de temperatuur sterk afneemt met de hoogte. Zo wordt aan de twee voorwaarden voor sterke onweersbuien wordt voldaan. Daarbij komt, dat er een zuidelijke wind waait, die vlak boven het aardoppervlak sterk toeneemt met de hoogte. Dit wordt een low level jet genoemd. Rond 5 kilometer hoogte waait daarbij een sterke westelijke wind. Die ruimen van de wind met de hoogte levert een extra bijdrage aan het ontstaan van rotatie in de eventuele buien die ontstaan.

Het is vaak mogelijk gebieden waarin tornado's gaan voorkomen een aantal dagen tot uren van tevoren aan te wijzen. Maar exacte plaats en het exacte tijdstip zijn heel onvoorspelbaar.

Om een tornado te classificeren wordt er gekeken naar de schade die wordt veroorzaakt door de tornado. Aan de hand van de schade kan men bepalen hoe krachtig de tornado is geweest. Tornado's worden ingedeeld volgens de schaal van Fujita:

EF0     105–137 km/u
EF1     138–178 km/u
EF2     179–218 km/u
EF3     219–266 km/u
EF4     267–322 km/u
EF5     >322 km/u

In Nederland komen ook af en toe tornado's voor, maar vaak zijn het zwakke tornado's, die meestal windhozen genoemd worden. Soms zijn het echte tornado's zoals op:

    * 1 juni 1927 bij Neede (F4)
    * 27 maart 1966 in Winterswijk (F2)
    * 25 juni 1967 in Oostmalle, Chaam en Tricht (F3)
    * 1 oktober 2001 bij Graauw (F2)
    * 7 juli 2008 bij Zwartebroek (F1)
    * 3 augustus 2008 bij Grouw/Eernewoude (F1)
 
De zwaarste tornado in West-Europa van de afgelopen 100 jaar, was op 3 augustus 2008. Bij Hautmont/Maubeuge ontstond een tornado die later werd geclassificeerd als een F4 tornado. De tornado trok een spoor van vernieling door de Noord-Franse dorpen Hautmont en Maubeuge. De tornado begon in het kleine dorp Boussières-sur-Sambre, iets ten zuidwesten van Hautmont en trok vervolgens richting het noordoosten. Vooral in Hautmont was de schade groot, een complete woonwijk werd verwoest en 400 huizen werden onbewoonbaar verklaard. Op deze dag vonden 4 mensen de dood en raakten nog eens 9 mensen gewond.






  Een tornado op 9 maart 2010, Oklahoma USA. Bron onbekend.



  Prachtige gladde tornado, gefotografeerd door Mike Umscheid op 31 mei 20
10.
  Locatie: South of Pritchett, Colorado

Wallcloud

De wallcloud is een duidelijke verlaging van doorgaans een diepe cumulus wolk (normaal cumulonimbus, maar bij zeldzame gelegenheid cumulus congestus). De wallcloud geeft het gebied aan van de primaire en sterkste opwaartse luchtstroom (updraft), die condenseert in wolken op een hoogte lager dan die van de wolkenbasis. De wallcloud komt hoofdzakelijk voor bij de supercel buien, en een wallcloud kan, samen met de supercelstructuur roteren. De meeste sterke tornado's vormen in de wallcloud.


  Wallcloud boven Roermond, 16 juli 2010. Foto: F. Schmets
Windstoten TOP
Wind is de verplaatsing van lucht over het aardoppervlak. Een windstoot is een plotselinge harde wind. Zware windstoten zijn rukwinden van meer dan 75 km per uur en bij zeer zware windstoten worden windsnelheden van meer dan 100 km per uur gehaald.

Windstoten kunnen het hele jaar voorkomen, 's winters bij stormdepressies en 's zomers vooral tijdens onweersbuien.
Hevige neerslag gaat soms gepaard met windstoten. Windstoten tijdens buien zijn de verraderlijkste, omdat de wind dan ineens enorm toeneemt. In de zomer gaan relatief meer bomen om bij zware of zeer zware windstoten dan in de winter. Bomen staan in de zomer immers vol in blad, hetgeen veel meer wind vangt.

 


  Door zeer zware windstoten willen nog wel eens bomen omvallen. Zo ook in een bos te
  Maasbree, tijdens zeer zware windstoten ( >100 km/uur). Foto: F. Schmets
Wolkbreuk

Tijdens zware buien kan het soms zó hard regenen, dat in korte tijd straten en andere terreinen blank komen te staan. Een wolkbreuk komt gewoonlijk alleen in de zomer voor en meestal in combinatie met onweer.
 
Het KNMI hanteerd als definitie voor een wolkbreuk dat binnen 5 minuten minstens 10mm neerslag valt. Niet elke zware regenbui (of hagelbui) is dus meteen een wolkbreuk!
 
Wie op moment van een wolkbreuk in de auto zit, zal langzaam moeten gaan rijden of zelfs aan de kant moeten staan, omdat het zicht sterk terugloopt (minder dan 200 meter) en de autobanden door het water op de weg minder grip hebben.
 
 

Ondergelopen viaduct bij Geldermalsen, 26 juli 2007. Foto: F. Schmets

copyright extreemweer.nl 2007 - 2017 www.extreemweer.nl - op al het materiaal zijn auteursrechten van toepassing!
Versie 3.2.2 Developed by F.A.J. Schmets